Home » recensies » Mahler 5: Duits Jeugdorkest op het scherp van de snede

Mahler 5: Duits Jeugdorkest op het scherp van de snede

Mahler - Symphony No. 5

door Wicher van Vreden op 27 juli 2011

in recensies

Wie van plan is een opname van de 5e symfonie van Gustav Mahler aan het bestaande arsenaal toe te voegen moet van goeden huize komen. De concurrentie is hier immens – Jan de Kruijff maakt op zijn weblog www.musicalifeiten.nl gewag van zeker 70 opnames. Van goeden huize komt Rudolf Barshai. Een musicus van formaat, oprichter van het Borodin Kwartet en het Moskou Kamerorkest, student bij Prokofiev en Sjostakovitsj, dirigeerde tegen de wensen van de Sovjet-bureaucratie in de première van Sjostakovitsj’ 14e symfonie. Als componist en bewerker heeft Barshai een performing version van Mahlers onvoltooide 10e symfonie op zijn naam staan, waar hij een groot deel van zijn leven aan werkte. Het Mahler-idioom is hem dus niet vreemd.

De uit 1999 stammende live-opname van Mahlers 5e symfonie met de Junge Deutsche Philharmonie straalt gezag uit. De aanpak is trefzeker. Er wordt uitgepakt op het moment dat het nodig is. Rust en verstilling doen hun werk op andere momenten. Tegelijkertijd voel je dat deze symfonie, misschien wel Mahlers mooiste en zeker één van de lastigste als het gaat om de eisen die het werk stelt aan de wendbaarheid van het orkest, wat te hoog gegrepen is voor het jeugdorkest. Althans in 1999, want bij de opname van de 10e symfonie door hetzelfde ensemble uit 2001 is die aarzeling niet te merken.

De vijfde symfonie behoort tot de meest gespeelde werken van Mahler. De structuur is overzichtelijk: een tocht van donker naar licht waarin en passant de grootst mogelijke tegenstellingen worden overbrugd. Ik citeer even de eerder genoemde website van Jan de Kruijff:

“Structureel beschouwd valt deze symfonie in drie gedeelten uiteen. ‘Deel 1′ bestaat uit twee delen, met eerst een geestelijk desolate treurmars, gevolgd door een wilde reeks uitbarstingen die de afkeer  en de weerzin jegens de voortdurende nabijheid en de onvermijdelijkheid van de dood uitdrukt. De militaire bugelsignalen herinneren aan zijn jongenstijd in een Boheems garnizoensstadje. ‘Deel 2′ is een massief scherzo dat radicaal anders van toon is. Uitgelaten landelijk en onstuimig schuift het hardhandig het morbide getob  uit ‘deel 1′ terzijde en straalt ondanks tussenspelen van een mysterieus overpeinzende aard vol nostalgie herinnerend aan bergmeren en –weiden een rauw, deels zelfs manisch “Ja!” jegens het leven en alles wat het betekent uit. ‘Deel 3′ brengt een nieuwe stilistische ommezwaai met zich mee met de etherische, geheel van al het lichamelijke gescheiden schoonheid van het beroemde Adagietto voor strijkorkest en harp. Het was door Mahler bedoeld als liefdesblijk voor Alma met wie hij toen nog slechts verloofd was, maar symboliseert eveneens de ontspannen, filosofische sereniteit die zich soms voordoet aan de moeizame zoeker naar de waarheid. Het vijfde deel, een uitgebreid rondo is bij wijze van nieuw contrast een exuberant, vurig vertoon van compositorische hoogstandjes met speelse ‘geleerd’ aandoende fugatische episoden en een glansrijk georkestreerd koperkoraal tot besluit.”

Er is veel goeds te beleven in deze uitvoering. Vrijwel alle zachte en verstilde passages zijn mooi uitgewerkt. De zangthema’s in het eerste en tweede deel maken indruk door het doorvoelde spel van de lage strijkers. Ook de strijkerspassage met commentaar van de hoorns en het daarop volgende pizzicato in het derde deel is subtiel gespeeld. Fluiten, hoorns en slagwerk leveren mooie bijdragen. Het vierde deel is helemaal geslaagd. De grote dalende lijn aan het slot komt door de prominente bassen goed in de buurt van mijn ideale vertolking. Ik moet daarbij denken aan een uitvoering onder Claudio Abbado met het Europees Jeugdorkest in het Concertgebouw rond 1980 – toen gespeeld met 12 contrabassen – waarbij de zaal bijna leek in te storten onder de zware resonantie van de strijkers. Zo horen we het graag.

Er zitten ook wat vreemde elementen in. Het tempo als geheel is net iets te langzaam en in het Adagietto juist wat snel. Dat werkt in het eerste deel nog goed, maar wreekt zich in het tweede en derde deel. Het tweede deel – volgens Mahlers aanduiding Mit grösster Vehemenz – met het grootste geweld – weet het orkest niet bij te benen, waardoor het effect wordt gemist. De vooraankondiging van het glansrijke slot van de finale komt onvoldoende uit de verf. Ook de inzet van het derde deel klinkt wat aarzelend. In dit immense scherzo, dat centraal staat in de symfonie en waarvan je met enige fantasie kunt zeggen dat het centraal staat in Mahlers oeuvre, moet het orkest de draai maken van doffe tragiek naar een uitbundige joie de vivre. Het scherzo kent fantastische momenten in deze uitvoering, maar maakt in zijn totaliteit de belofte niet helemaal waar. Iets dergelijks geldt voor het vijfde en laatste deel van de symfonie: welzeker giocoso, veel subtiel spel en mooie accenten, maar net wat teveel terughoudendheid op het moment dat er rake klappen moeten vallen.

Ondanks de gesignaleerde minpunten is de opname het aanhoren waard. Of hij in de top tien van de door Jan de Kruijff beschreven uitvoeringen thuishoort is de vraag. De top twintig daarentegen moet haalbaar zijn, dankzij de integere aanpak van de dirigent en de inzet van de Junge Philharmonie. Welke opnames treffen we wel aan in de top tien? Een ideale vertolking is wat mij betreft de opname van Rafael Kubelik met het Orkest van Bayerische Rundfunk uit 1971. De technische kwaliteit is hier echter niet optimaal. Vergelijkbaar van aanpak, maar warmer van toon, is de opname van Bernard Haitink met het Concertgebouworkest uit 1970. Beide uitvoeringen zijn te typeren als: fris, naturel en no-nonsense, waarbij Haitink een fractie minder ongedwongen is dan Kubelik. Onder Claudio Abbado hoorde ik twee keer (rond 1980 en in 1995) een live-uitvoering, die andere mooie uitvoeringen (onder Haitink, De Waart, Haenchen, Van Zweden, Kreizberg) en minder mooie uitvoeringen (zoals onder Tennstedt en Maazel) in de schaduw deed staan. Abbado’s studio-opnames kwamen wat onderkoeld op mij over. Recent is een dvd verschenen met het Luzern Festival Orkest die Abbado’s krachtige visie op de symfonie naar verluidt wel in alle facetten recht doet. Die moeten we zeker nog eens bekijken.

Mahler – Symphony No. 5
Junge Deutsche Philharmonie olv Rudolf Barshai
Brilliant Classics 93719

 

Bestel deze cd bij Klassiekshop Bestel deze titel bij Klassiekshop

Deel deze Blogpost met anderen:
  • Print
  • email
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • Hyves
  • LinkedIn

geschreven door: Wicher van Vreden

Wicher heeft 33 artikelen geschreven.

reageren op dit bericht is niet meer mogelijk

vorig bericht:

volgend bericht: